monoloog
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mo·no·loog
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | monoloog | monologen |
| verkleinwoord | monoloogje | monoloogjes |
Zelfstandig naamwoord
monoloog m
- een gesprek gevoerd door één persoon, meestal op toneel
- Hij hield een lange monoloog waar helaas niemand wat van begreep.
Vertalingen
1. een gesprek gevoerd door één persoon, meestal op toneel
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.