examen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • exa·men
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse examen, wat weer teruggaat op het werkwoord examinare.
enkelvoud meervoud
naamwoord examen examens, examina
verkleinwoord examentje examentjes

Zelfstandig naamwoord

examen o

  1. een onderzoek naar de kennis of vaardigheden van iemand door middel van ondervraging
    Het examen was behoorlijk moeilijk.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • op geweest zijn voor een examen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen