repetitie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- re·pe·ti·tie
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | repetitie | repetities |
| verkleinwoord | repetitietje | repetitietjes |
Zelfstandig naamwoord
repetitie v
- het opnieuw uitvoeren van dezelfde handeling
- Nonchalant vloeiende alledaagse bewegingen wisselen af met korte, hoekige gebaren in patronen die zich langzaam uitbreiden door repetitie en variatie.[2]
- een gezamenlijke oefening ten bate van een uitvoering, concert e.d.
- Hij verscheen enigszins ontdaan op de repetitie
- een proefwerk opgelegd aan leerlingen of studenten
- We hebben overmorgen een repetitie Duits.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ etymologiebank.nl
- ↑ Crepain Binst Architecture
Dominique Pieters
Lannoo Uitgeverij, 2005
ISBN 902096531X, 9789020965315