elle

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Frans

Uitspraak
nominatief genitief datief accusatief locatief benadrukt
elle son / sa /
ses
lui la y elle

Persoonlijk voornaamwoord

elle v

  1. (palindroom) ze, zij, haar
    Elle est très belle.Zij is zeer mooi.
  2. haar
    J’ai fait cela pour elle.Ik heb dat voor haar gedaan.


Lets

Zelfstandig naamwoord

elle v

  1. (palindroom) hel