eierstok

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ei·er·stok
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van ei en stok met het invoegsel -er-.
enkelvoud meervoud
naamwoord eierstok eierstokken
verkleinwoord eierstokje eierstokjes

Zelfstandig naamwoord

eierstok m

  1. (anatomie) het geslachtsorgaan van de vrouw waarin eicellen gevormd worden
    In de eierstok zitten de eicellen opgeslagen.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord eierstok eierstokke

Zelfstandig naamwoord

eierstok

  1. (anatomie) eierstok