stok

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stok
enkelvoud meervoud
naamwoord stok stokken
verkleinwoord stokje stokjes

Zelfstandig naamwoord

stok

  1. langwerpig voorwerp om te stoten, slaan, aanraken, aangeven (van toon), steken of prikken
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen