blaas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blaas
enkelvoud meervoud
naamwoord blaas blazen
verkleinwoord blaasje blaasjes

Zelfstandig naamwoord

blaas v/m

  1. (anatomie) een hol orgaan dat gevuld is met een hoeveelheid gas en/of vloeistof
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
blazen

blaas

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blazen
    Ik blaas.
  2. gebiedende wijs van blazen
    Blaas!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blazen
    Blaas je?


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord blaas blase

Zelfstandig naamwoord

blaas

  1. blaar, huidverwonding.
stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
blaas
geblaas
volledig

Werkwoord

blaas

  1. blazen