anus

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • anus
enkelvoud meervoud
naamwoord anus anussen, ani
verkleinwoord anusje anusjes

Zelfstandig naamwoord

anus m

  1. (anatomie) de opening aan het eind van de endeldarm en aan het eind van het spijsverteringskanaal waardoor afvalstoffen het lichaam verlaten.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie



Engels

enkelvoud meervoud
anus anuses

Zelfstandig naamwoord

anus

  1. (anatomie) anus.


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  anus     l'anus     anus     les anus  

Zelfstandig naamwoord

anus m

  1. (anatomie) anus.


Turks

Zelfstandig naamwoord

anus

  1. (anatomie) anus.
Persoonlijke instellingen