anus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

enkelvoud meervoud
naamwoord anus anussen, ani
verkleinwoord anusje anusjes
Gastro-intestinal tract.png
1
2
3
4
5
6
7
8
Uitspraak
Woordafbreking
  • anus

Zelfstandig naamwoord

anus m

  1. (anatomie) de opening aan het eind van de endeldarm en aan het eind van het spijsverteringskanaal waardoor afvalstoffen het lichaam verlaten
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Meer informatie


Engels

enkelvoud meervoud
anus anuses

Zelfstandig naamwoord

anus

  1. (anatomie) anus.


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  anus     l'anus     anus     les anus  

Zelfstandig naamwoord

anus m

  1. (anatomie) anus.