effenen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ef·fe·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| effenen |
effende |
geëffend |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
effenen
- (overgankelijk) gelijk of vlak maken
- Hij effende de weg voor zijn opvolger.