egaal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • egaal
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen egaal egaler egaalst
verbogen egale egalere egaalste

Bijvoeglijk naamwoord

egaal

  1. effen.
    Het kleedje was egaal rood.
  2. gelijkmatig.
    De lucht was egaal helder.
  3. onverschillig.
    't Is mij egaal.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen