wife
Uit WikiWoordenboek
Engels
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| wife | wives |
Zelfstandig naamwoord
wife
- echtgenote, vrouw
- «He is loved and missed by his devoted wife, his children, grandchildren and great grandchildren.»
- Hij wordt geliefd en gemist door zijn toegewijde vrouw, zijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen.
- «He is loved and missed by his devoted wife, his children, grandchildren and great grandchildren.»