dorst

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord dorst
verkleinwoord
Woordafbreking
  • dorst

Zelfstandig naamwoord

dorst m

  1. behoefte aan water.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
dorsen

dorst

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dorsen
    Jij dorst.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dorsen
    Hij dorst.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van dorsen
    Dorst!
vervoeging van
dorsten

dorst

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van dorsten
  2. gebiedende wijs van dorsten
vervoeging van
durven

dorst

  1. enkelvoud verleden tijd van durven
    Ik dorst, jij dorst, hij dorst.
Opmerkingen
  • In het noorden is dit woord, als verleden tijdsvorm van durven, verouderd, wordt weinig gebruikt en zal door veel mensen niet begrepen worden.
Persoonlijke instellingen