doorzoeken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • door·zoe·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorzoeken
doorzocht
doorzocht
zwak -cht volledig

Werkwoord

doorzóéken

  1. (overgankelijk) grondig onderzoeken of zich iets ergens bevindt
    De politie doorzocht het huis van de verdachte en vond een grote hoeveelheid cocaïne.
    Hij doorzocht alle artikelen van de krant die in aanmerking kwamen maar kon niets vinden.
Verwante begrippen
Vertalingen


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorzoeken
zocht door
doorgezocht
zwak -cht volledig

Werkwoord

dóórzoeken

  1. (inergatief) ~ naar: voortgaan met zoeken
    Hoewel de kansen om de vermisten levend aan te treffen snel verminderden, werd er doorgezocht.
Vertalingen