afzoeken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·zoe·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van zoeken met het voorvoegsel af-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afzoeken
zocht af
afgezocht
zwak -cht volledig

Werkwoord

afzoeken

  1. (overgankelijk) op alle mogelijke plaatsen zoeken
    De hele stad werd afgezocht, maar hij werd niet gevonden.