doorzocht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- door·zocht
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| doorzoeken |
doorzócht
- enkelvoud verleden tijd van doorzoeken
- Ik doorzócht.
- Jij doorzócht.
- Hij, zij, het doorzócht.
- Ik doorzócht.
- voltooid deelwoord van doorzoeken
Verwante begrippen
- [2] doorgezocht
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| doorzoeken |
dóórzocht
- (in een bijzin) enkelvoud verleden tijd van doorzoeken
- ... dat ik doorzocht.
- ... dat jij doorzocht.
- ... dat hij, zij, het doorzocht.
- ... dat ik doorzocht.