doorzocht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • door·zocht

Werkwoord

vervoeging van
doorzoeken

doorzócht

  1. enkelvoud verleden tijd van doorzoeken
    Ik doorzócht.
    Jij doorzócht.
    Hij, zij, het doorzócht.
  2. voltooid deelwoord van doorzoeken
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
doorzoeken

dóórzocht

  1. (in een bijzin) enkelvoud verleden tijd van doorzoeken
    ... dat ik doorzocht.
    ... dat jij doorzocht.
    ... dat hij, zij, het doorzocht.