tapa

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Noors

Woordafbreking
  • ta·pa

Werkwoord

tapa

  1. verleden tijd van tape
  2. voltooid deelwoord van tape (betekenis [B])
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

tapa mv

  1. bepaalde vorm nominatief meervoud van tap
Synoniemen


Nynorsk

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

  • Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
  • IPA: /ˡtɑːpɑ/ (werkwoord [A])
  • IPA: /tæjpɑ/ (werkwoord [B])
Woordafbreking
  • ta·pa
Woordherkomst en -opbouw
  • Werkwoord [A]: afkomstig van het Oudnoorse werkwoord tapa (verliezen).
  • Werkwoord [B]: afkomstig van het Engelse zelfstandige naamwoord tape (band).
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tapa
tapar
tapa
tapa
Klasse 1 zwak optioneel
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tapa
taper
tapte
tapt
Klasse 2 zwak optioneel

Werkwoord

[A] tapa

  1. (overgankelijk) kwijtraken, verliezen
  2. (overgankelijk), (figuurlijk) verliezen
  3. (overgankelijk) aan het kortste eind trekken, verliezen
Schrijfwijzen
Synoniemen
  • [1]: gå glipp av
  • [1]: gå med tap
  • [1]: lida tap, lide tap
  • [1]: mista, miste
  • [2]: spilla, spille
  • [3]: lida nederlag, lide nederlag
  • [3]: bli slått
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: gå tapt (gå til spille, bli borte)
verdwijnen, verloren gaan
  • [2]: vere tapt for denne verda (leve i si eiga verd, vere fråverande)
leven in zijn eigen waarde, afwezig zijn
  • [3]: gje tapt (gje opp, komme til kort)
opgeven, tekortkomen
Typische woordcombinaties
  • [2]: tapa ein formue
een vermogen verliezen
  • [2]: tapa på verksemda
de activiteit verliezen
  • [2]: tapa terreng (bli dreven tilbake, miste oppslutning)
terrein verliezen
  • [3]: tapa ein krig, ei sak, eit spel
een oorlog, een zaak, een wedstrijd verliezen
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tapa
tapar
tapa
tapa
Klasse 1 zwak

Werkwoord

[B] tapa

  1. (overgankelijk) vastplakken (met plakband, tape)
  2. (overgankelijk), (techniek) opnemen (op tape of magneetband)
Schrijfwijzen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
  • [1]: teip (plakband)
  • [2]: teip (tape, magneetband)

Werkwoord

tapa

  1. verleden tijd van tapa (betekenis [A])
  2. voltooid deelwoord van tapa (betekenis [A])
Synoniemen

Werkwoord

  1. verleden tijd van tapa (betekenis [B])
  2. voltooid deelwoord van tapa (betekenis [B])
Synoniemen

Werkwoord

  1. verleden tijd van tape (betekenis [A])
  2. voltooid deelwoord van tape (betekenis [A])
Synoniemen

Werkwoord

  1. verleden tijd van tape (betekenis [B])
  2. voltooid deelwoord van tape (betekenis [B])
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

tapa mv

  1. bepaalde vorm nominatief meervoud van tap
Synoniemen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen