cursor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cur·sor
enkelvoud meervoud
naamwoord cursor cursors
verkleinwoord cursortje cursortjes

Zelfstandig naamwoord

cursor m

  1. (informatica) een indicator die beweegt met de bewegingen van de muis en vaak pijlvormig is.
  2. (informatica) een indicator bij het tekstverwerken die beweegt met het intoetsen van bepaalde toetsen en vaak knippert.
    De cursor was ineens verdwenen.


Latijn

Woordafbreking
  • cur·sor
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van currere (→ cursum) met het achtervoegsel -sor.

Zelfstandig naamwoord

cursŏr m

  1. een loper
    1. de wedloper[1]
    2. de renbode, postbode[2]
    3. de voorloper, harddraver, voor een wagen of draagstoel[3]
  2. Cursor, bijnaam van L. Papirius[4]
Verbuiging
Verwijzingen
  1. M. Tullius Cicero
  2. Cornelius Nepos
  3. L. Annaeus Seneca
  4. Titus Livius