kring

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kring

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord kring kringen
verkleinwoord kringetje kringetjes

kring ; m

  1. een ronde figuur zoals een cirkel.
    Kinderen, ga maar in een kring staan!
  2. een gemeenschap van mensen die met elkaar omgaan.
    Dat is in deze kringen niet gebruikelijk.
  3. een ronde vlek op een tafelblad ontstaan doordat er een nat glas op gestaan heeft.
    Hier, gebruik een bierviltje, anders heb je kringen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen