bureau

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bu·reau
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Franse bureau.
enkelvoud meervoud
naamwoord bureau bureaus
verkleinwoord bureautje bureautjes

Zelfstandig naamwoord

bureau o

  1. een werkmeubel voor administratief- en studiewerk.
    Met twee computers staat mijn bureau behoorlijk vol.
  2. een (politie)kantoor.
    Je kunt aangifte doen op het bureau.
Vertalingen
Schrijfwijzen
  • (niet officieel) buro
Afgeleide begrippen


Frans

Zelfstandig naamwoord

bureau m

  1. kantoor
Persoonlijke instellingen