kantoor
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kan·toor
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kantoor | kantoren |
| verkleinwoord | kantoortje | kantoortjes |
Zelfstandig naamwoord
kantoor o
- een instelling waar allerlei administratieve handelingen worden uitgevoerd
- Hij ging gisteren weer naar kantoor om nog wat extra werkzaamheden uit te voeren.
Vertalingen
1. een instelling waar allerlei administratieve handelingen worden uitgevoerd
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kantoor | kantore |
Zelfstandig naamwoord
kantoor