beneden

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Bijwoord

  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     beneden  
  neutraal     erbeneden  
  nabij     hierbeneden  
  veraf     daarbeneden  
  vragend     waarbeneden  

beneden ;

  1. op een plek die lager is
    zij wonen beneden
  2. prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
    hij woont al jaren in een flat waar een muziekwinkel beneden is

Voorzetsel

beneden ;

  1. op een plek die lager is
    beneden het huis is een grote kelder

Vertalingen
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen