bovenkant

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ven·kant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bovenkant bovenkanten
verkleinwoord bovenkantje bovenkantjes

Zelfstandig naamwoord

bovenkant m

  1. de zijde van een ruimtelijk figuur dat naar boven wijst, hier tegenover ligt de onderkant die naar beneden wijst