bolus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
bolus

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·lus
enkelvoud meervoud
naamwoord bolus bolussen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bolus m

  1. een vooral in Zeeland veelgegeten lekkernij
    Geef mij maar eens een lekkere bolus!

Meer informatie


Latijn

Zelfstandig naamwoord

bolus m

  1. winst
  2. worp (bij het dobbelen).
Verbuiging
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen