worp
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- worp
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | worp | worpen |
| verkleinwoord | worpje | worpjes |
Zelfstandig naamwoord
worp m
- de handeling van het werpen van iets
- Die worp met de dobbelstenen bracht hem de winst in het spel.
- een aantal jonge dieren die tegelijk geboren worden
- De leeuwin had een worp van drie welpjes.
Synoniemen
- [1] gooi