worp

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • worp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord worp worpen
verkleinwoord worpje worpjes

Zelfstandig naamwoord

worp m

  1. de handeling van het werpen van iets
    Die worp met de dobbelstenen bracht hem de winst in het spel.
  2. een aantal jonge dieren die tegelijk geboren worden
    De leeuwin had een worp van drie welpjes.
Synoniemen
Vertalingen