gooi

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gooi

Werkwoord

vervoeging van
gooien

gooi

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gooien
    Ik gooi.
  2. gebiedende wijs van gooien
    Gooi!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gooien
    Gooi je?