bloot

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bloot
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bloot bloter blootst
verbogen blote blotere blootste
partitief bloots bloters -

Bijvoeglijk naamwoord

bloot

  1. zonder bedekking door kledij
    Ze bedekte haar blote armen toen ze het koud kreeg.
  2. (juridisch) waar geen handeling aan te pas komt
    De tijd en de naburigheid zijn voorbeelden van blote rechtsfeiten.
Uitdrukkingen en gezegden
  • Ergens bloot aan staan