mand

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken
Manden.

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mand
enkelvoud meervoud
naamwoord mand manden
verkleinwoord mandje mandjes

Zelfstandig naamwoord

mand v/m

  1. een bak gemaakt van gevlochten rotan of tenen voorzien van een handvat.
    Ze moest de spullen in een mand doen.
Vertalingen

Meer informatie



Deens

Zelfstandig naamwoord

mand

  1. man
Persoonlijke instellingen