mand
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mand
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | mand | manden |
| verkleinwoord | mandje | mandjes |
Zelfstandig naamwoord
- een bak gemaakt van gevlochten rotan of tenen voorzien van een handvat.
- Ze moest de spullen in een mand doen.
Vertalingen
1. een bak gemaakt van gevlochten rotan of tenen voorzien van een handvat
|
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Deens
Zelfstandig naamwoord
mand