blootleggen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bloot·leg·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| blootleggen |
legde bloot |
blootgelegd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
blootleggen
- (overgankelijk) de laag die iets bedekt wegnemen
- Bij deze graafwerkzaamheden werden de fundamenten van een oud kasteel blootgelegd.