blootstellen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bloot·stel·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
blootstellen
stelde bloot
blootgesteld
zwak -d volledig

Werkwoord

blootstellen

  1. (overgankelijk) ~ aan in aanraking doen komen met een besmetting of straling
    Hij besefte niet dat hij daarmee blootgesteld werd aan radioactive besmetting.
  2. (wederkerend) zich ~ zichtbaar maken, kwetsbaar opstellen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen