blootstellen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bloot·stel·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| blootstellen |
stelde bloot |
blootgesteld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
blootstellen
- (overgankelijk) ~ aan in aanraking doen komen met een besmetting of straling
- Hij besefte niet dat hij daarmee blootgesteld werd aan radioactive besmetting.
- (wederkerend) zich ~ zichtbaar maken, kwetsbaar opstellen
Vertalingen
1.in aanraking doen komen met
2. zich blootstellen (aan)
|