naakt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naakt
stellend
onverbogen naakt
verbogen naakte

Bijvoeglijk naamwoord

naakt

  1. zonder beharing of andere fysieke bescherming van de huid, ontkleed
  2. puur, onverbloemd, zonder franje
    De naakte waarheid, zei de revisor, is dat de naakte cijfers bewijzen dat uw uitgeverij zonder haar blootblad niet rendabel zou zijn.
Synoniemen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord naakt naakten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

naakt o

  1. afbeelding van een naakte persoon of groep, inz. als kunstwerk of porno
  2. naaktheid als begrip
    Hij is niet vies van een beetje naakt.

Werkwoord

vervoeging van
naken

naakt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van naken
    Jij naakt.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van naken
    Hij naakt.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van naken
    Naakt!