bewaren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·wa·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bewaren |
bewaarde |
bewaard |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
bewaren
- (overgankelijk) ervoor zorgen dat iets niet verloren raakt
- Hij bewaarde de papieren van de werkgever.