ontvangen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
ontvangen ontvangend
ontvangst ontvangen
ontvangenis ontvankelijk
Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·van·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontvangen
/ɔntvɑŋə(n)/
ontving
/ɔntvɪŋ/
ontvangen
/ɔntvɑŋə(n)/
klasse 7 volledig

Werkwoord

ontvangen

  1. (overgankelijk) het verkrijgen van zaken zoals loon en berichten
    Hij ontving zijn salaris niet op tijd.
  2. (overgankelijk) het op bezoek krijgen van gasten
    Wij werden er als vorsten ontvangen.
Vertalingen
naamwoord
onverbogen ontvangen
verbogen ontvangene

Bijvoeglijk naamwoord

vervoeging van
ontvangen

ontvangen

  1. voltooid deelwoord van ontvangen
    Het ontvangen geld is niet genoeg.
    Het ontvangene is niet genoeg. (zelden zelfstandig gebruikt)