behouden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| behouden |
behield |
behouden |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
behouden
- (overgankelijk) iets niet verliezen, handhaven, in stand houden
- Het Nederlands behield veel van de oorspronkelijke sterke werkwoorden van het Germaans.
- (overgankelijk) redden
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. iets niet verliezen