behouden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het werkwoord houden met het voorvoegsel be-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
behouden
behield
behouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

behouden

  1. (overgankelijk) iets niet verliezen, handhaven, in stand houden
    Het Nederlands behield veel van de oorspronkelijke sterke werkwoorden van het Germaans.
  2. (overgankelijk) redden
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Vertalingen