bewaarder
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·waar·der
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van bewaren met het achtervoegsel -der
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bewaarder | bewaarders |
| verkleinwoord | bewaardertje | bewaardertjes |
Zelfstandig naamwoord
bewaarder m
- een persoon die niets kan weggooien
- Mijn moeder is een echte bewaarder.
- een persoon die ervoor zorgt dat gevangenen niet kunnen ontsnappen
- De bewaarder zorgde ervoor dat het slot goed vast zat.