bewaarder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·waar·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bewaarder bewaarders
verkleinwoord bewaardertje bewaardertjes

Zelfstandig naamwoord

bewaarder m

  1. een persoon die niets kan weggooien
    Mijn moeder is een echte bewaarder.
  2. een persoon die ervoor zorgt dat gevangenen niet kunnen ontsnappen
    De bewaarder zorgde ervoor dat het slot goed vast zat.
Synoniemen
Vertalingen