arrangeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ar·ran·ge·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| arrangeren |
arrangeerde |
gearrangeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
arrangeren
- (overgankelijk) in een bepaalde orde rangschikken, ordenen
- Voorbeeldzin met het arrangeren erin.
- (overgankelijk) (muziek) een bepaalde melodie met akkoorden omlijsten en voor een bepaalde bezetting geschikt maken
- Hij arrangeerde een bekend lied voor fluit, hobo en orgel.
- (juridisch) (een geschil) bij schikking afdoen
Afgeleide begrippen
- [2] arrangement, arrangeur
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.