regelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- re·ge·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| regelen |
regelde |
geregeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
regelen
- zorgen dat een gewenste effect bereikt wordt
- Piet zal regelen dat de boot om 13.30 uur aankomt.
Verwante begrippen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. zorgen dat het gebeurt
Verwijzingen
Deens
Woordafbreking
- re·ge·len
Zelfstandig naamwoord
regelen, g
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van regel