arrangeur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·ran·geur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord arrangeur arrangeurs
verkleinwoord arrangeurtje arrangeurtjes

Zelfstandig naamwoord

arrangeur m

  1. (muziek) (beroep) iemand die een compositie geschikt maakt voor andere instrumenten, of een andere muzikale stijl.
    De arrangeur heeft de filmmuziek voor onze ensemble geschikt gemaakt.
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie