argument

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·gu·ment
enkelvoud meervoud
naamwoord argument argumenten
verkleinwoord argumentje argumentjes

Zelfstandig naamwoord

argument o

  1. een aangevoerd feit in een discussie om een zienswijze te ondersteunen.
    Dat bleek een belangrijk argument in de discussie.
  2. een reden om iets te doen.
    Dat was een belangrijk argument voor de benoeming tot nationaal park.
  3. (wiskunde), (informatica) een variabele waar een functie van afhangt.
    De functie f(x,y) heeft twee argumenten, namelijk x en y.
Vertalingen
Verwante begrippen

Meer informatie


Engels

Zelfstandig naamwoord

argument

  1. ruzie
  2. argument
Persoonlijke instellingen