argument

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·gu·ment
Woordherkomst en -opbouw
  • ontleend aan Latijn 'argūmentum' (bewijs) [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord argument argumenten
verkleinwoord argumentje argumentjes

Zelfstandig naamwoord

argument o

  1. een aangevoerd feit in een discussie om een zienswijze te ondersteunen
    Dat bleek een belangrijk argument in de discussie.
  2. een reden om iets te doen
    Dat was een belangrijk argument voor de benoeming tot nationaal park.
  3. (wiskunde), (informatica) een variabele waar een functie van afhangt
    De functie f(x,y) heeft twee argumenten, namelijk x en y.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

Zelfstandig naamwoord

argument

  1. ruzie
  2. argument