ruzie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ru·zie
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ruzie | ruzies |
| verkleinwoord | ruzietje | ruzietjes |
Zelfstandig naamwoord
ruzie v
- toestand waarin men in ernstig conflict is met anderen
- Zij kregen ruzie en keerden elkaar woedend de rug toe.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. toestand waarin men in ernstig conflict is met anderen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| ruziën |
ruzie
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ruziën
- Ik ruzie.
- gebiedende wijs van ruziën
- Ruzie!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ruziën
- Ruzie je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.