ruzie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ru·zie
enkelvoud meervoud
naamwoord ruzie ruzies
verkleinwoord ruzietje ruzietjes

Zelfstandig naamwoord

ruzie v

  1. toestand waarin men in ernstig conflict is met anderen
    Zij kregen ruzie en keerden elkaar woedend de rug toe.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
ruziën

ruzie

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ruziën
    Ik ruzie.
  2. gebiedende wijs van ruziën
    Ruzie!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ruziën
    Ruzie je?

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen