architectuur
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ar·chi·tec·tuur
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | architectuur | architecturen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
architectuur v
- (kunst), de bouwstijl van een gebouw, bouwstijl
- De architectuur geeft doorgaans de opvatting van de architect weer.
- (kunst), (wetenschap), (techniek), de kunst en de leer van het ontwerpen en uitvoeren van bouwwerken, bouwkunst
- (wetenschap), (techniek), conceptuele structuur en het functionele gedrag van computersystemen, systeemprogramma's en andere systemen of de beschrijving daarvan
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- na-oorlogse architektuur
Vertalingen
1. de bouwstijl van een gebouw
na-oorlogse architektuur
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.