agora

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ago·ra

Niet in de woordenlijst van de Taalunie

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord agora agora's
verkleinwoord agoraatje agoraatjes

Zelfstandig naamwoord

agora m / v

  1. plein in Oud-Griekse steden
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Portugees

Uitspraak
  • IPA: /'aˈgɔɾə/
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

agora

  1. nu


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
agorar

agora

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van agorar
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van agorar