afbreken

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Lettergrepen
  • af·bre·ken

Werkwoord

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
afbreken
brak af, braken af
afgebroken
klasse 4 volledig

afbreken ;

  1. met de grond gelijk maken

Verwante begrippen
vernietigen, slopen

Vertalingen
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen