slopen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slo·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
slopen
sloopte
gesloopt
zwak -t volledig

Werkwoord

slopen

  1. een structuur ontmantelen, afbreken
    Deze auto kan beter gesloopt worden.
  2. fysiek uitputten
    Na de hardloopwedstrijd was ik gesloopt.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
sluipen

slopen

  1. meervoud verleden tijd van sluipen
    Wij slopen.
    Jullie slopen.
    Zij slopen.

Zelfstandig naamwoord

slopen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord sloop
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen