afgebroken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • af·ge·bro·ken

Werkwoord

vervoeging van
afbreken

afgebroken

  1. voltooid deelwoord van afbreken
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen