aanleveren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·le·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanleveren
leverde aan
aangeleverd
zwak -d volledig

Werkwoord

aanleveren

  1. (ditransitief) iemand voorzien met de gevraagde stroom goederen
    Zij krijgen dit uit Rusland aangeleverd.