aanleveren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·le·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanleveren |
leverde aan |
aangeleverd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
aanleveren
- (ditransitief) iemand voorzien met de gevraagde stroom goederen
- Zij krijgen dit uit Rusland aangeleverd.