voorzien
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voor·zien
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| voorzien /vɔːr.'zin/ |
voorzag /vɔːr.'zɑx/ |
voorzien /vɔːr.'zin/ |
| klasse 5 | volledig | |
Werkwoord
voorzien
- (overgankelijk) een profetische blik hebben
- Hij voorzag dat dit tot ongelukken zou leiden.
- (overgankelijk) ~ van: voorzorgen treffen
- U bent voorzien van alle nodige spullen.