aankomen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·ko·men
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aankomen |
kwam aan |
aangekomen |
| klasse 4 | volledig | |
Werkwoord
aankomen
- (ergatief) een bestemming bereiken
- U bent aangekomen in Overveen.
- even bezoeken
- treffen.
- (ergatief) zwaarder worden
- Hij is de laatste paar maanden aardig aangekomen.
Synoniemen
Vaste voorzetsels
- aankomen aan: krijgen
- aankomen op: berusten op
- erop aankomen: beslissend zijn, van belang zijn
Uitdrukkingen en gezegden
- er zit een mooie tijd aan te komen
- iemand zien aankomen
iemand geen kans gunnen
- ergens hard aankomen
Vertalingen
1. een bestemming bereiken
5. zwaarder worden
er zit een mooie tijd aan te komen
|
ergens hard aankomen
|