aanbelanden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: aanbelanden (hulp, bestand)
Woordafbreking
- aan·be·lan·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanbelanden |
belandde aan |
aanbeland |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
aanbelanden
- (ergatief) ergens terechtkomen, oorspronkelijk per schip
- Columbus dacht dat hij in Indië zou aanbelanden.
- We zijn aanbeland bij hoofdstuk zeven.
Synoniemen
Vertalingen
1. ergens terechtkomen