aanlanden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·lan·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanlanden |
landde aan |
aangeland |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
aanlanden
- (ergatief) aan land gaan
- De ontdekkingsreiziger landde aan op de kust van het onbekende land.
- (ergatief) terechtkomen, bij toeval geraken
- Waar zijn we nou toch aangeland!