aanlanden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·lan·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanlanden
landde aan
aangeland
zwak -d volledig

Werkwoord

aanlanden

  1. (ergatief) aan land gaan
    De ontdekkingsreiziger landde aan op de kust van het onbekende land.
  2. (ergatief) terechtkomen, bij toeval geraken
    Waar zijn we nou toch aangeland!
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen