teug

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • teug
enkelvoud meervoud
naamwoord teug teugen
verkleinwoord teugje teugjes

Zelfstandig naamwoord

teug v/m

  1. een grote slok
    Hij dronk het water met teugen tegelijk.
Vertalingen